maandag, april 02, 2012

Fotoafdrukken voor verzamelaars. Hoe steekt de kunstmarkt in elkaar?

Nu het wat minder gaat, kijken fotografen uit naar secundaire markten. Zoals die van het kunstcircuit. Immers, je hebt mooi werk, en wat mooi is, is mooi voor aan de muur. Klinkt logisch. Toch stoot menig fotograaf de neus, als die met mooi werk naar een galerie toegaat. Geen interesse. En als er al eens een expositie van komt, wordt er niet of nauwelijks verkocht. Kennelijk is mooi alleen niet genoeg. Dus doemt de vraag op: Hoe werkt dat eigenlijk, die markt van collectable photography?

De weg naar succes in het kunstcircuit in vijf simpele stappen:
1. Exposeer.

2. Krijg je werk in (particuliere) verzamelingen.

3. Word gerecenseerd en gedocumenteerd.

4. Beland in museale collecties.

5. Breek veilingrecords.

Voor wie dit te omslachtig en langdurig vindt, is er een kortere weg, buiten het officiële circuit om. Carl De Keyzer en Stephan Vanfleteren bijvoorbeeld verkopen hun foto’s rechtstreeks aan particulieren, zonder tussenkomst van een galerie. De Keyzer heeft een webshop waar hij zijn foto’s op vier formaten en in vier verschillende edities aanbiedt. Hoe groter het formaat, hoe kleiner de oplage en hoe hoger de prijs.

Een foto van 42 cm kost, in een oplage van 200 exemplaren 100 euro; diezelfde foto 132 cm breed, in een oplage van 10 stuks 1600 euro.
Wie een foto van Vanfleteren wil kopen, moet zijn wensen per e-mail bekend maken, waarna prijsopgave volgt.

Een andere optie bieden winkelketens als Lumas en Yellow Korner. Beide zitten in drukke winkelstraten van grote steden, ideale plekken voor impuls-aankopen. Lumas in Duitsland, Frankrijk, Oostenrijk, de VS en Zwitserland, Yellow Korner in België, Duitsland, Frankrijk, Marokko, Spanje en de VS. Beide ketens mikken op het marktsegment tussen galerie en reproductie, maar zitten qua drempel dichter tegen Verkerke, Expo en Art Unlimited aan dan tegen een serieuze galerie.

Dan is er nog Lensmodern, opgericht door onder meer Rolph Gobits en Max Forsythe, leden van de Britse Association of Photographers. Een site waar zowel stockfotografie als prints worden aangeboden. Lensmodern verkoopt werk van in Nederland gevestigde fotografen als Henk Bleeker, L.J.A.D. Creyghton, Irene van Herwerden, Chris Hutter, Edo Kars, Jimmy Nelson, Aernout Overbeeke, Anno Pieterse, Gaby Thijsse, Jaap Vliegenthart en Jan Zwart.

Prijzen lopen uiteen van 300 pond (Anno Pieterse, in een ongelimiteerde oplage) tot 1250 pond (L.J.A.D. Creyghton, een editie van 15). Deelname aan de site na ballotage door een commissie.

Een meer gebruiksvriendelijke, heel toegankelijke site is die van Art Flakes uit Berlijn, waar drukken worden aangeboden in ongelimiteerde edities. Anders dan bij Lensmodern, spelen de namen van de makers (fotografen) nauwelijks een rol. Hier kiezen de kopers puur en primair op beeld, dus op mooi.

Het probleem van de kunstkoper is, dat er geld in de liefhebberij gaat zitten. Dus moeten er keuzes worden gemaakt. Daar aangeland, verandert hij van liefhebber in verzamelaar. Hij koopt niet meer alleen om het mooi, maar ook om de maker. Wie dat is, waar die vandaan komt, wat diens thematiek is, of er consistentie in diens oeuvre zit en hoe die zich op termijn ontwikkelt. De serieuze verzamelaar kijkt het daarom een jaar of drie aan. De eerste expositie dient als kennismaking met het werk, de tweede om te zien hoe de maker zich ontwikkelt, en de derde – als blijkt dat het oeuvre consistentie heeft – om te kopen. We hebben het hier dan over hedendaagse fotografie.

Voor kopers van vintage prints zijn de selectiecriteria aanzienlijk langer. Die kijken naar de kwaliteit van de druk, de toonschaal, de reputatie van de maker, de plaats van de foto in het oeuvre van de kunstenaar, de compositie, de conditie van de druk, de authenticiteit, de zeldzaamheid, de geschiedenis van de betreffende druk, of het een vintage, latere of zelfs heden­daagse druk is, of de foto gesigneerd is en voorzien van stempels, datering en persoonlijke notities van de fotograaf. En ook nog eens of de betreffende foto te zien was op tentoonstellingen en in catalogi. En of er drukken in de collecties van musea of instituten zijn opgenomen. Tenslotte kijkt de potentiële koper ook nog even naar de prijzen waarvoor het (vergelijkbare) werk recent in galeries en op veilingen is aangeboden en wat de handelswaarde zou kunnen zijn.

Twee groepen

Er zijn twee groepen collectioneurs te onderscheiden: zij die zich puur en alleen op fotografie toeleggen en zij die kunst in de breedste zin verzamelen.

De eerste kopersgroep zien we op de Rencontres in Arles en Paris Photo, de tweede op de Documenta in Kassel en Art Basel. Eenzelfde tweedeling geldt voor het werk van de makers. Voor foto’s van Andreas Gurksy en Richard Prince moet je niet in Arles zijn, werk van Ansel Adams en Dorothea Lange zoek je vergeefs in Bazel.

De vraag die je jezelf moet stellen, is: ben ik fotograaf of kunstenaar? Welke van de twee kopersgroepen wil je bedienen? Pas dan kan je op zoek naar een galerie, één die acte de présence geeft op plekken waar jouw potentiële kopersgroep komt.

Galeries

Zoek een fotogalerie en neem daar alle tijd voor. Doe dit met minstens de aandacht en zorgvuldigheid waarmee je een huwelijkspartner zoekt. Ga er vanuit dat het om een relatie voor het leven gaat. Voor goede en voor slechte tijden. Dat moet je willen.


Inventariseer alle fotogaleries en bezoek die. Kijk er rond, observeer de galeriehouder, maak een praatje en zoek uit welke fotografen er vertegenwoordigd worden en hoe lang al.
Bezoek belangrijke kunstbeurzen als Art Rotterdam, Art Amsterdam, PAN en TEFAF. Kijk in de ons omringende landen op Art Cologne, Foire Internationale d’Art Contemporain (FIAC) in Parijs en Art Brussel. Ga ook eens naar Art Basel en naar de Documenta in Kassel om de serieuze kunstliefhebbers te bestuderen en te zien hoe jouw werk zich tot de hogere kunsten verhoudt. Ga zeker naar Paris Photo en de nieuwe fotobeurs Unseen in Amsterdam. Kijk welke galeries zich er presenteren. Doorzoek de site van de Association of International Photography Art Dealers (AIPAD). Kijk welke fotografen door welke galeries vertegenwoordigd worden.

Wat je nooit moet doen:

In het wilde weg e-mails sturen. Doe je huiswerk, zodat je exact weet welke galerie het beste bij je past.

Als je eenmaal een galerie gevonden hebt, blijf je daar.

Laat galeriehoppen aan de kunstverzamelaars. Die worden onrustig van jouw bewegelijkheid. Zoals je hierboven hebt kunnen lezen, is het heel normaal dat het drie tentoonstellingen duurt voor de verkoop van je werk op gang komt. Reken dat niet de galeriehouder aan. Het is zeker geen reden om van galerie te veranderen. Als je galeriehouder onbetrouwbaar blijkt, of als er andere zaken op hem of haar zijn aan te merken, heb je je huiswerk niet goed gedaan.

Er is maar één reden om van galerie te veranderen: de prijsstelling van je werk. Als je de kans krijgt je te verbeteren door de overstap te maken naar een toonaangevende galerie in Beijing, Londen, Parijs of New York, moet je die met beide handen aangrijpen. Een internationale topgalerie kan hogere prijzen vragen dan een (Nederlandse) mainstream galerie.

Druk in oplagen.

De Amsterdamse galeriehouder Willem van Zoetendaal zei in het NRC Handelsblad van 31 juli 2003:
 “Vaak doen we zes grote prints en een goedkopere editie van tien kleine. Oplages mogen niet groter zijn dan vijftien prints. Hogere oplages zijn ongeloofwaardig. Dat is een marktmechanisme dat je moet respecteren.”

Naast deze twee edities is het niet ongebruikelijk enkele zogenaamde ‘artist proofs’ te drukken. (Meestal twee foto’s buiten de editie om voor de maker zelf).

Verstrek een certificaat van echtheid.

Zie dit certificaat als een fotopaspoort met alle informatie over de foto die relevant is. Nu en in de toekomst. Kruip daarbij in de huid van conservatoren en restauratoren. Wat willen die over jouw foto weten, later?

Bij een digitale druk is het voor de houdbaarheid (waar, onder welke omstandigheden en hoelang mag je die exposeren zonder dat er van schade sprake is) van belang om te weten wie de drukker was, op welk merk en type machine de druk gemaakt is, op welk papier en met welk merk en type inkten. Geef die informatie zo volledig mogelijk. Vermeld ook welke technieken ter bescherming of veredeling (oppervlaktebehandeling) zijn toegepast. Een beschermende vernis is in de regel onzichtbaar. Een restaurator zal je later dankbaar zijn als hij in het certificaat kan lezen of en waarmee de druk beschermd en veredeld is!

Signeer de foto.
Overweeg daarbij hoe een afdruk eruit ziet als die achter een passe-partout zit en kies daarna pas de plek waar je de druk wilt signeren. Je handtekening in of uit het zicht. Signeer met zacht potlood of met Oost-Indische inkt. Voor de achterkant en de witranden van barietpapier wordt potlood aanbevolen. Voor het schrijven op negatieven, de achterkanten van PE-papier en afdrukken op basis van polyester als ook op de emulsie van alle typen fotopapier, is Oost-Indische inkt het beste. Gebruik die in combinatie met een pen met holle, ronde punt (Rotring). Het gebruik van viltstiften is niet aan te bevelen. Zet geen inktstempels op foto’s. Gebruik liever een zogenaamd blindstempel.

Laat veilingen aan verzamelaars en galeriehouders over.

Het heeft geen zin aan veilingen deel te nemen als er nog geen handel in je werk is. En lees hier enkele kritische woorden over veilingen voor goede doelen.

Meer lezen?
•    Louisa Buck & Judith Greer: Owning Art: The Contemporary Art Collector’s Handbook. Cultureshock Media Ltd., 2006. ISBN 9780954699918.
•    Don Thompson: The $12 million Stuffed Shark: The Curious Economics of Contemporary Art. Aurum Press Ltd., 2008. ISBN 9780230610224. (In het Nederlands vertaald als Shock Art. De Vrije Uitgevers, 2010. ISBN 9789077969083.)
•    Sarah Thornton: Seven Days in the Art World. W.W. Norton & Company Inc., 2008. ISBN 9780393067224. (In het Nederlands vertaald als Achter de schermen van de kunstwereld. De Bezige Bij, 2009. ISBN 9789023435983.)
•    Lee D. Witkin & Barbara London: The Photograph Collector’s Guide. New York Graphic Society Books, 1979. ISBN 0821206818. (Alleen antiquarisch verkrijgbaar, maar als je er eentje vindt: kopen! Een onovertroffen boek.)
•    Gerry Badger: Collecting Photography. Mitchell Beazley, 2003. ISBN 1840007265.
•    Laura Noble: The Art of Collecting Photography. AVA Publishing, 2006. ISBN 9782884790284

Voor wie de verzamelaar wat beter wil leren kennen, op La lettre de la Photographie staan  interviews met Vince Aletti, Michael Berkowitz, Leon Constantiner, Michael Feldschuh
, Bill Hunt, David Kronn, Michael Mattis, Jed Root, Rick Wester en Alice Sachs Zimet.

© Pim Milo, 2012

1 Comments:

Blogger Jeroen Dietz said...

Dank je Pim. Helder stuk, daar heb ik veel aan. Groet Jeroen Dietz

2:43 p.m.  

Een reactie plaatsen

Links to this post:

Een link maken

<< Home