dinsdag, december 20, 2011

Narda van ‘t Veer: Niemand durft te excelleren

Nu dankzij de technologie alles sneller en goedkoper kan, verliezen aloude reclameambachten terrein.  Deel 4 van een serie: de reclamefotograaf.

In haar scriptie ‘Het enige wat stilstaat is het beeld. Adviesrapport voor de Photographers Association of the Netherlands over de meest gewenste rol in de komende vijf jaar’ concludeert Nikki van Rooij (HKU, faculteit Kunst en Economie, richting Visual Arts & Design Management) dat ‘de vroegere beroepspraktijk van de toegepaste fotografie, niet meer bestaat. Het is zo goed als onmogelijk om anno 2011 als fotograaf maar één grote bron van inkomsten te hebben’. Oorzaak: digitalisering, nieuwe media en de recessie. ‘In de zomer van 2007’, schrijft Van Rooij, ‘wordt Nederland getroffen door de financiële crisis. Die zorgt ervoor dat budgetten bij opdrachtgevers krimpen en de hele beroepspraktijk van de toegepaste fotografie op zijn kop komt te staan. Bureaus en tijdschriften weigeren nog geld te steken in fotografie die ze ook op andere wijze kunnen verkrijgen. Wat opvalt is dat de kwaliteitseisen voor beeld lager worden, de tarieven zakken en de de gemaakte beelden snel moeten worden geleverd.’

Op het internet wordt geklaagd dat er teveel fotografen zijn, die ook nog eens door amateurs in de wielen worden gereden. De NRC van 11 oktober 2011 zet de cijfers op een rijtje: Bij de Kamer van Koophandel staan 11.300 fotografen ingeschreven. Hiervan is 15 procent fotojournalist en 15 procent kunstfotograaf. De rest werkt in de reclame of in de school- en bruiloftsfotografie. Van alle opleidingen (van mbo tot hbo inclusief de Koninklijke Academie in Den Haag en de afdeling fotografie van de Rietveld Academie in Amsterdam) studeren dit jaar rond de 650 leerlingen fotografie af. Daarnaast komen er ook nog 500 fotografen per jaar op de markt zonder opleiding. Van beide groepen is na twee jaar ongeveer 80 procent weer verdwenen of werkt slechts deeltijd in de fotografie.

Eerlijk
Van Rooij komt in haar onderzoek op 1000 tot 1500 nieuwe fotografen per jaar. Op de website van de Nederlandse Vereniging van Journalisten NVJ, wijst Rimmer Mulder, voorzitter van de sectie NVF fotojournalisten, onder de niet mis te verstane kop ‘Opleiders, wees eerlijk’ opleidingsinstituten op hun plicht studenten eerlijk voor te lichten. Mulder stelt dat de markt voor beroepsfotografen ronduit slecht is en de komende jaren niet beter wordt. Er worden schandalig lage tarieven betaald en er is concurrentie van amateurs die hun foto’s gratis aanbieden. De Belgische fotografie-recensent Johan de Vos, oud-directeur van de Stedelijke Academie voor Schone Kunsten van Sint-Niklaas, gaat nog een stap verder wanneer die zich in een essay afvraagt of fotografie-onderwijs überhaupt nog wel nodig is. De handleiding bij de camera is immers uitgebreid genoeg? ‘Ik hou vol’, betoogt De Vos, ‘dat men een student met een normaal IQ in 48 uur de belangrijkste technieken op professioneel niveau kan leren.’

Op 14 juni organiseerde het jubilerende PANL een discussieavond over de stand van zaken in de commerciële fotografie, ‘Commissioned Photography Unplugged’. De aanwezigen steken hun ongerustheid niet onder stoelen of banken. Er klinken met regelmaat wanhoopskreten uit de zaal. ‘De onderliggende pijn van de afgelopen jaren, waarin veel fotografen opdrachten verloren of zagen opdrogen was sterk voelbaar in de zaal’, constateert Susanne van Nierop in haar verslag. Er zijn teveel mensen die zich fotograaf noemen. Ze verpesten de markt met lage prijzen, vinden de aanwezigen.

Narda van ‘t Veer, directeur van het agentschap Unit CMA, gepokt en gemazeld in het vak - en fotografie-liefhebber pur sang met thuis een imponerende collectie foto’s aan de muur en 2.200 fotoboeken in de kast - is ook aanwezig. Als het ach en wee haar teveel wordt, roept ze geërgerd dat wie niet van zijn commerciële werk kan leven zich geen reclamefotograaf moet noemen. ‘Amsterdam gaat zo langzamerhand op Los Angeles lijken. Daar is elke waitress een coming actress. Hier is elke waiter een coming photographer.’

Als we Van ‘t Veer enkele maanden later spreken, moet ze om haar eigen optreden grinniken. ‘PANL-voorzitter Ole Christern had me gevraagd erbij te zijn, omdat hij me kent als een opgewonden standje. Er zaten klanten in de zaal die zeiden dat ze anders met fotografie probeerden om te gaan en langere relaties wilden opbouwen waardoor het wél interessant zou zijn om voor scherpe prijzen te leveren, waarop ik door de zaal riep dat ik verdomme de eerste klant nog moet tegenkomen die garandeert dat hij langer dan een maand blijft. Ja, ik heb mijn bijdrage aan die avond wel geleverd.’
Ze keerde zich tegen de defaitistische stemming, maar toen men vroeg waarom het met haar agentschap wél goed gaat, wilde Van ‘t Veer niets zeggen. ’Nee, natuurlijk niet,’ zegt ze nu. ‘Ik ga zo’n zaal vol fotografen niet wijzer maken dan nodig is. Ik heb er zelf twintig die ik aan het werk moet houden. Maar weet je wat het is? Je moet begrijpen waar je handel ligt. In de zaal zat een fotograaf die architectuurstudies maakt. Wat moet een reclamebureau daarmee? Nul, niks, nada. Er zit geen greintje emotie in. Ik zeg altijd tegen mijn fotografen: Jongens, dit is de Elsevier. Geen glossy of modeblad, maar gewoon de Elsevier. Blader die eens door op advertenties. Eat your heart out! Dat is het soort fotografie wat de markt wil.’
Van ‘t Veer kan er met haar verstand niet bij. ’Mensen zijn dom. Kijken niet naar de markt. Luisteren niet naar de markt. Weten niet wat voor plek ze voor zichzelf kunnen creëren in de markt. Terwijl het dáár om gaat. Je moet kijken wat er gewenst wordt. In mijn agentschap draait alles om smaak. Bovendien zijn we gespecialiseerd in mode- en image-fotografie, mensen in situaties. Dat heb ik allemaal uitgezocht. Ik kijk elke keer wat er wordt gebruikt in advertenties. Daar gaat het toch om? Het is echt één en één is twee, hoor.’

Blur
Van ‘t Veer beaamt dat er weinig onderscheidend werk wordt gemaakt. Ze wijt dat aan angst. ’Ze dansen allemaal naar de pijpen van de klant. Relaties zijn losser, men heeft geen langjarige contracten meer. En de angst brengen ze over op de creatieven die daarom aangepast werk leveren. Niemand durft te excelleren, iets moois, iets bijzonders te maken. Het moet allemaal gewoon, lekker normaal.
‘Opvallen. Dat was eigenlijk de eerste functie van reclame. Dat is allemaal één grote, zelfde blur geworden. Ik kan me niet voorstellen dat klanten hier blij van worden. Want we hebben nu allemaal wel de budgetten de grond ingestampt en klanten zijn er blij mee dat ze voor drie keer niks iets hebben, maar wat hebben ze? Variaties op hetzelfde, wat er al honderd keer is en al wel duizend keer gemaakt. We kunnen toch niet met die hele blur zoals het nu is blijven leven? Waar is het aspiratieniveau?’

‘Al mijn fotografen hebben onderscheidende kwaliteiten,’ gaat Van ‘t Veer verder. ’In hun handschrift, in hun stijl, in hun aspiratieniveau, in wat ze doen. Tom van Heel staat als sportfotograaf op eenzame hoogte in Europa. Hij heeft de wereldwijde campagne voor Reebok geschoten. Wendelien Daan schittert met modefotografie in NRC DeLuxe. En laat ik Carli (Hermès, red.) niet vergeten die doet het niet alleen heel goed als reclame- en modefotograaf, maar ook in het galeriecircuit. Je hebt geen idee hoe fijn het voelt dat je hen ook een andere kant op kunt pushen.
‘Ik stuur ze allemaal naar nevenprogramma’s. Om zelf een boek te maken, zelf een project te initiëren of zelf een tentoonstelling te organiseren. Ik vind het belangrijk dat ze zelf hun creativiteit op peil houden, dat ze de aspiratie hebben hun naam te vergroten. Dan heb ik Meinke Klein, een supertalent. Komt zó van de academie af. Onthoud die naam! Ik heb een stillsfotograaf met wie ik afspraken heb: welk pad we op gaan, welk werk we willen. Daar gaan we naar op zoek. En als we onderweg gefrustreerd raken omdat een klant fotografie wil voor een prijs waar wij het niet voor kunnen maken, dan zeggen we tegen elkaar, Was dit het soort werk waar het ons om ging? Nee? Jammer dan, maar kwaliteit gaat boven alles.’

Tijdens de discussie-avond vroeg Van ‘t Veer zich op een gegeven moment hardop af of agenten en fotografen nog wel gesprekspartners bij het reclamebureau troffen. Wat bedoelde ze daarmee? Van ’t Veer: ‘Het geeft irritaties als je aan de andere kant van de toonbank vakkennis mist. De gesprekken gaan over tijd en geld, niet over creativiteit. De art buyer is bij de bureaus vrijwel overal afgeschaft. Niet wereldwijd, maar in Nederland. Bij Publicis Conseil in Parijs zitten er zeven, het Franse RSCG telt er acht, Jung von Matt heeft er in Duitsland zes. Dat wij ze zo goed als niet meer hebben, is gewoon Hollandse koopmansgeest.’
Maar, waarschuwt Van ‘t Veer, het is verkeerde zuinigheid. ’Ik ben er trots op dat een aantal van de meiden die vroeger bij Unit CMA werkten, nu aan adverteerderskant zitten. Klanten zien de toegevoegde waarde in. Reclamebureaus moeten oppassen dat klanten er niet met hun kennis en expertise vandoor gaan. De mensen van Nike hoef je niets te vertellen over sportfotografie, om maar eens een voorbeeld te noemen.’

‘Mijn betoog,’ rond Van ‘t Veer af, ’is dat er altijd werk voor specialisten is, voor mensen die de wil hebben om iets moois te maken. Wie een uitwisselbaar product levert, wordt altijd en eeuwig voor de scherpste prijs ingekocht. Dat is de hond in de pot. Het gaat om eigen identiteit, om smaak en passie. Passie, dat is het sleutelwoord voor alles. Dan krijg je op een gegeven moment weer klanten die dat ook willen. Dat is hoe ik er tegenover sta. Ik ben dus eigenlijk best wel positief.’

© Pim Milo, 2011. Gepubliceerd in Adformatie 43, 28 oktober 2011

donderdag, december 15, 2011

Bert Teunissens Blue Highways

Heen zijn camera's het belangrijkst, terug de films. Belichte films zijn zwaarder dan onbelichte. Niet door verandering in de emulsie, maar door de meegetorste emotie.

Er zitten veel kilometers in de wereldliteratuur. Eenzame kilometers. Kilometers die meestal zonder duidelijk doel beginnen, maar op dezelfde plek eindigen: thuis. 'On the Road' van Jack Kerouac, 'Zen and the Art of Motorcycle Maintenance' van Robert M. Pirsig, 'Blue Highways' van William Least Heat Moon, 'In Patagonia' van Bruce Chatwin en 'Fear and Loathing in Las Vegas' van Hunter S. Thompson, om een persoonlijke top vijf te noemen. Er zitten veel kilometers in de blues. Eenzame kilometers. Met name in die van Van Morrison. Een kleine greep uit een omvangrijk repertoire: Ancient Highways, Down The Road, The Lonesome Road, Meaning of Loneliness of The Street Only Knew Your Name. Er zitten veel kilometers in de fotografie. Eenzame kilometers. De eenzaamste in 'The Americans' van Robert Frank. Hij werkte zonder woorden en kende, op een enkeling na, geen van de geportretteerden bij naam. Er zitten veel kilometers in Bert Teunissens 'Domestic Landscapes'. Eenzame kilometers. Zo'n 200.000 kilometers in totaal.

The highway, oh, the highway. No place, in theory, is boring of itself. Boredom lies only with the traveler's limited perception and his failure to explore deeply enough – William Least Heat Moon: Blue Highways. A Journey into America.

Wat begon met één binnenopname – huisbewoners in een kamer waar invallend licht de inrichting bepaalde – groeide uit tot een fotografische studie van de economische, culturele en sociale geschiedenis van het wonen in Europa. Over een periode van 15 jaar documenteerde Bert Teunissen (1959) met zijn 'Domestic Landscapes' een Europa dat zienderogen aan het verdwijnen is. Elk van de 25 bezochte landen kent een eigen cultuur, die is terug te vinden in huizen, gewoonten, kookkunst en tradities. 'Domestic Landscapes' gaat daarom over identiteit en diversiteit. Als een keuterboer zijn bedrijf beëindigt, worden de stallen verbouwd tot opslagruimte of bij het woonhuis getrokken, de staldeuren vervangen door manshoge ramen, de betonnen vloer door parket; op de hooizolder komen slaapkamers, de keuken verhuist naar de eertijds voor zon- en feestdagen gereserveerde pronkkamer en geleidelijk aan verliest alles zijn oorspronkelijke doel en betekenis.

Het zijn eenvoudige interieurs die de tand des tijds doorstaan hebben. Normaliter zet een fotograaf de tijd stil. In 'Domestic Landscapes' stáát die al stil. Aan deze levens is de tijd voorbij gegaan. Alles in Teunissens foto's is zoals het is, zoals het was en zoals we liefst willen dat het altijd zal blijven. 'Domestic Landscapes' is een monument voor het individu dat trouw bleef aan zichzelf, vrij van modetrends en wars van de waan van de dag. Vrij van stand of status koesteren de geportretteerden zich in de eigen, vertrouwde omgeving. Wat je voelt, meer nog dan wat je ziet, is rust en overgave. Een harmonie die zich zelfs niet door de aanwezigheid van de fotograaf laat verstoren.

De foto's voor 'Domestic Landscapes' zijn bij bestaand licht gemaakt, waarbij het erom ging dat alles samenviel. Daarom werkte Teunissen snel. Geen omvangrijke vracht aan apparatuur, geen uitgebreide lichtinstallatie die het binnenhuis in aanzien verandert, waardoor de bewoners zich als een kat in een vreemd pakhuis voelen. Alleen een fotograaf met een archaïsche grootformaatcamera en een doek waar hij onder kruipt. Lange belichtingstijden vergen dat de geportretteerde bewegingloos poseert. Lang genoeg om in zichzelf terug te keren, samen te vloeien met de eigen, vertrouwde omgeving en de fotograaf even helemaal te vergeten.
De langste belichtingstijd was 40 seconden. In een woning in Tasa Tula (Estland) was het zo donker dat je geen hand voor ogen zag. Na het maken van een polaroid, waarschuwde Teunissen de bewoonster dat ze heel lang stil moest zitten. De vrouw posteerde zich op een krukje, legde haar hand op een richel voor de kachel, haalde diep adem, richtte de blik op de camera en bleef als een standbeeld zitten. Tweemaal veertig seconden lang.

Richard Avedon vergeleek portretfotografie met een duel. Vooral sessies met mensen die door hun bekendheid afhankelijk waren van hun imago. Heel anders dan sessies met gewone, onbevangen mensen, die niet weten waarom en waarvoor een fotograaf ze wil portretteren. Die zijn gewoon nieuwsgierig en vrijgevig met hun tijd. Het is Teunissen een aantal keren overkomen dat mensen in tranen uitbarstten, zo ontroerd waren ze dat hij hen aandacht gaf.

Als Teunissen van huis gaat voor een reis, zet hij alle zintuigen open. "Ik weet dat ik me even niet druk hoef te maken om normale beslommeringen. Relaties, werk, inkomen, rekeningen… ik sluit mij er drie tot vier weken voor af. Zo rij ik weg. Ik ben scherp en sta overal voor open, omdat ik de dagelijkse besognes thuisgelaten heb." Teunissens mentale instelling doet denken aan wat fotograaf Anders Petersen eens vertelde: "Stel je een piramide voor, op de grond vierkant, gepunt aan de top. Ik moet mijzelf net zo scherp maken als die piramide. Voor ik begin moet ik puur zijn, zuiver. De ballast die je aan de voet van de piramide treft, moet ik niet met me meedragen. Het betekent dat ik afscheid neem van vrienden, familie, auto, radio, televisie, drugs, alcohol en vrouwen. Die heb ik niet nodig als ik aan het werk ben. Ik moet mezelf opschonen. Ik moet scherp worden als de top van die piramide. Ik moet al die huiselijke emoties van mij afschudden. Hoe hoger ik op de piramide kom, hoe minder ik mee moet torsen. Hoe dichter ik bij de top kom, hoe gevaarlijker ik word. En als ik bovenop de piramide sta, dan ben ik echt gevaarlijk."

Die drie, vier weken dat Teunissen per keer van huis is, zijn zware, intensieve reizen. Teunissen: "Drie, vier weken lang ben ik op de toppen van mijn concentratie. En van 's morgens vroeg tot 's avonds laat gedraag ik me sociaal. Ook de weekeinden. Dat gaat aan je vreten. Je bent zolang van huis. Je hoofd raakt vol indrukken en verhalen. Die moet je kwijt. Op een gegeven moment is het gewoon genoeg. De ene keer gebeurt dat sneller dan de andere. In Tsjechië was ik zó weg. Het regende er continu. Dan kun je niet meer werken. Ieder gesprek dat je voert, vindt plaats in de stromende regen. En Tsjechen blijken lang niet zo gastvrij als ze zich voordoen. Dan kun je je best wel eens zielig en ellendig voelen.
Aan het einde van de dag wil je je eigen kamer, je eigen bad, je eigen douche en toilet. Want vanaf het ontbijt ben je in gezelschap van de gids. Dat is behoorlijk intensief. Je bent blij dat je na het avondeten op jezelf kunt zijn. Al is dat pas om een uur of tien, elf 's avonds."

"I don't care how rough the road is, show me where it starts." – Bob Dylan

Vanuit de behoefte het thuisfront in al die reisindrukken te laten delen, begon Teunissen zijn fotografische dagboeken: 'Travelogs'. Niet vanuit beeld geconcipieerd, maar vanuit emotie. Niet vanuit het zien, maar vanuit het voelen. 'Domestic Landscapes' – het doel van Teunissens odyssee – vormen de bestemming, de 'Travelogs' de reis zelf. Een reis die net zo belangrijk is als het reisdoel. Teunissen: "Als je reist, trek je een soort harnas aan. Je hebt een taak. Die kan veel tijd en aandacht vergen, vooral als het eens tegenzit. Doordat je je dan nóg meer moet concentreren, wordt je blikveld nauwer." Vanuit een reeks persoonlijke emoties – het ver van huis zijn, in een vreemd land met een vreemde taal, heimwee, het isolement dat deze aspecten meebrengen – zijn Teunissens 'Travelogs' ontstaan.
Onderweg maakt hij foto's in zwart-wit op halfkleinbeeldformaat. Vanuit de auto, van het veranderende landschap, van ontmoetingen en van alle kleine momenten die zich tijdens de reis voordoen en die zijn fotografische blik scherpen. Die beelden vormen een weerslag van zijn gemoedstoestand van dat moment. Onnadrukkelijk, poëtisch en associatief. Teunissen: "Ik doe het uit honger naar beeld en om het niet-vergeten, het onthouden, het vastleggen voor thuis. Het is een persoonlijk verslag. Toen ik ze recentelijk exposeerde (van 4 maart tot 5 juni in Huis Marseille in Amsterdam, red.), deed ik dat niet chronologisch van uur tot uur, maar volledig door elkaar, Portugal tussen de Oostbloklanden en wat niet al. Ik legde verbanden, deed ontdekkingen achteraf. Als je al die beelden bij elkaar brengt, gaan ze elkaar versterken of een compleet nieuw verhaal vertellen. Ik noem dat associatief beeldrijm." Zo ontdekte Teunissen dat hij op al zijn reizen door de voorruit van de auto had gefotografeerd. Uit die beelden destilleerde hij de publicatie 'On the Road'.

Er zitten veel kilometers in Teunissens fotografie. Eenzame kilometers. In die 200.000 kilometers zitten de blues. Teunissens blues. Highway Blues.

"Down the road I go/And I got those worried/Lonesome homesick Jones/Way on down the road." – Van Morrison

© Pim Milo, 2011