zaterdag, juni 09, 2007

De revival van Super 8

Pim Milo ging op zoek naar de magische aantrekkingskracht van Super 8 op Wim van der Aar, Robby Müller, Erik Hijweege, Erik Kessels, Hans Aarsman, Claudie de Cleen, Julian Germain, Hans van der Meer en Johan Kramer. Ze delen een welhaast obsessieve interesse in 'volksebeelden' die buitengewoon veelzeggend zijn over onze cultuur en identiteit.

Jeugdsentiment. Vader filmt zijn gezin op Super 8. Heugelijke gebeurtenissen als verjaardagen, familie-uitjes, carnaval of de eerste schooldag. Of ongein als een eindeloze stoet kinderen die achter uit de auto stappen (en buiten beeld aan de andere kant weer in). Als de film na een of twee weken terugkwam uit het lab, werd de projector haastig op de eettafel gezet en het beeld op het behang geprojecteerd. Waarna vader het applaus in ontvangst nam. Maar het echt grote feest was de filmmiddag of -avond. Dan verhuisden de tafels en stoelen opzij en kwamen er voor de kinderen kussens op de grond. De projectortafel werd uitgeklapt en het projectiescherm afgerold. Als de filmprojector was opgesteld werd er net zolang aan de pootjes gedraaid en met de telefoongids en boeken gesleept tot de helwitte lichtvlek mooi in het midden en zonder vertekening op het filmdoek viel. Daarna werd de film ingespoeld en als iedereen zat en zijn mond wilde houden gingen de gordijnen dicht en kon het licht uit. Terwijl het stof dat zich met de tijd op de projector verzameld had door de hitte van de filmlamp een penetrante schroeilucht verspreidde, voltrok zich dat merkwaardige fenomeen. Voor een niet of nauwelijks met televisie grootgebrachte generatie was film een belevenis en helemaal als je naar schokkende en trillende beelden van jezelf zat te kijken. Ratelend liep de film door de camera. Als het laatste beeld de lens gepasseerd was, knalde het felle projectielicht van het scherm en tikte het losse filmeind ritmisch op de doordraaiende spoel, totdat vader het transportmechaniek stilzette en de film wisselde. Ondertussen vermaakten de kinderen zich met schaduwbeelden.

Fervent amateurfilmer
Hazazah-regisseur Wim van der Aar en de internationaal gelauwerde cameraman Robby Müller werden er voor het leven mee besmet. Bij Van der Aar thuis werden gehuurde Super 8-films vertoond en Müllers vader was een fervent amateurfilmer. Als initiator van filmclub "Super M8" is Van der Aar een hartstochtelijk pleitbezorger van het medium, terwijl hij er niet voor terugdeinst om het materiaal ook professioneel te gebruiken. Hij draaide de aanleg van een rugbyveld helemaal op Super 8. Vanaf het egaliseren van de grond, het bemesten, het inzaaien van het graszaad tot het spelen van de eerste derby. Overtuigende nostalgie die het ambachtelijke van de grondbewerking accentueerde. Historisch aandoende beelden van grondverzetmachines, ploegijzers, tractoren en landarbeiders, culminerend in twee rugbyteams die - oogcontact met de camera zoekend - de nieuwe grasmat betraden. Magnifiek van kleur en ondanks het schokkerige beeld van een aangename traagheid.
"De Ontdekking van de Traagheid", zo heette de recente expositie in Den Bosch, waar een schat aan korte films werd vertoond. Het is opvallend dat in een tijd waarin innovatieve ontwikkelingen elkaar razendsnel opvolgen en de omloopsnelheid van beeldmateriaal op alle terreinen van het maatschappelijk leven sterk is toegenomen, in de beeldende kunst het grensgebied tussen fotografie en film actueel is; een gebied dat bijna synoniem is met beperking en vertraging. Frits Gierstberg (Hoofd Tentoonstellingen van het Nederlands Fotomuseum en Bijzonder Hoogleraar Fotografie aan de Erasmus Universiteit) denkt dat dit pas het begin is: 'De omarming van de traagheid zou wel eens een van de meest progressieve bewegingen van onze tijd kunnen zijn.'
Beeld is afhankelijk van zijn context. Wij zien foto’s in de krant, in een fotoalbum, ingelijst aan de muur, in de portemonnee of portefeuille, in een galerie, in een opbergdoos, als negatief of als contactafdruk. Elke verandering in de context verandert de waardering voor de foto en beïnvloedt ons begrip voor betekenis en status. Erik Kessels geeft alledaagse huis-, tuin- en keukenfotografie een kunstzinnige context wanneer hij ze onder de titel 'In Almost Every Picture' in boekvorm publiceert. Datzelfde doet Wim van der Aar door doodgewone amateurfilms in een avondvullend bioscoopprogramma te vertonen. Die bijna museale presentatie zorgt ervoor dat we de beelden met een geheel andere blik beoordelen. Het is een fascinatie die Erik Kessels en Wim van der Aar delen met mensen als Hans Aarsman, Claudie de Cleen, Julian Germain, Hans van der Meer en Johan Kramer. Een welhaast obsessieve interesse in "volkse beelden", die buitengewoon veelzeggend zijn over onze cultuur en identiteit.

Tweede wereldoorlog
Ook Flip Bool (Senior Collecties en Onderzoek bij het Nederlands Fotomuseum en Lector Fotografie aan AKV/St. Joost Avans Hogeschool) is in amateurbeelden geïnteresseerd. 'Talloze familie-albums van anonieme amateurfotografen roepen een fascinerend beeld op van de tijd en de vergankelijkheid.' Mede naar aanleiding van 'In Almost Every Picture' is een publiek debat ontstaan over de aandacht die kunstmusea in toenemende mate besteden aan 'het kiekje'. Volgens Bool vormen de miljoenen foto's die jaarlijks voor privé-doeleinden worden gemaakt een belangrijk domein voor nader onderzoek. 'Met name wanneer wij er met professionele en geschoolde ogen naar kijken.' Datzelfde denkt men bij het Nederlands Filmmuseum als het over Super 8 gaat. En musea en instellingen op het gebied van de Tweede Wereldoorlog vragen aandacht voor het behoud van materiaal uit de oorlogsjaren; ogenschijnlijk gewone objecten die opduiken bij een verhuizing of bij het opruimen van de zolder. Dat kunnen brieven en foto's zijn, maar ook amateurfilms. Lang niet altijd staat men erbij stil dat die voor een museum grote betekenis kunnen hebben. De 'home movie-pioniers' van de jaren '50 en '60 zijn nu de oudste generatie. Ze gaan kleiner wonen en ze gaan dood. Van zolders en uit kasten komen koffers, dozen en tassen met films. Die komen in handen van hun kinderen. Jeugdsentiment en dierbare herinneringen.

Bij bedrijven als SuperSens in Amsterdam worden Super 8-films overgezet naar digitale bestanden. Jean-Pierre Sens zag een gat in de markt. 'Wij verzorgen de ontwikkeling van Super 8-film. Eind jaren '90 kwam de vraag of ik die film ook naar digitale bestanden kon overschrijven. Daarvoor heb ik toen de benodigde apparatuur aangeschaft en de nieuwe faciliteit op de website vermeld.' Prompt werd SuperSens overspoeld met opdrachten. 'Waar de professionele klant Super 8 erbij schiet en misschien maar tien films belicht, komt de amateur soms met dozen waarin wel vijftig uur materiaal zit.' In korte tijd groeide SuperSens van drie naar acht man personeel.

Kodachrome
Super 8 werd er door video uitgedrukt zoals de langspeelplaat ruim baan moest maken voor de compact disc en analoge fotografie voor digitale. Maar dankzij de voortschrijdende digitale ontwikkelingen is Super 8 aan een come back begonnen. Feitelijk is Super 8 zelfs nooit echt weggeweest. Zoals ook de langspeelplaat nooit verdwenen is. Goed, Kodachrome, de film die om zijn zeldzaam mooie kleurweergave door Paul Simon werd bezongen - 'Kodachrome. They give us those nice bright colors. They give us the greens of summer. Makes you think all the world is a sunny day' - bestaat niet meer. Het Duitse bedrijf Wittner Kino Technik kocht de laatste partijen op en ontwikkelen kan alleen bij Dwayne's Photo in Parsons, Kansas. Maar andere films zijn gewoon volop verkrijgbaar. Fotograaf en regisseur Vincent van de Wijngaard is heel enthousiast over Kodak Ektachrome 64T. 'Die haalt de kwaliteit van 16 mm. Bedenk dat alle klassieke filmmaterialen zoals Kodachrome en Ektachrome, in eerste instantie voor Super 8 zijn gemaakt.' En Jean-Pierre Sens is bijzonder te spreken over Fuji Velvia 50, een daglichtfilm. 'Met als enig bezwaar dat de drager nogal stug is en de film soms wil vastlopen.' Daarom adviseert Sens zijn klanten altijd om een tweede type film mee te nemen, net als een tweede camera. 'Toen er voor Tommy Hilfiger in de woestijn van Nevada een commercial op Super 8 gedraaid zou worden, gingen er twee dozen film mee. De een Fuji, de ander Kodak.'

Ook in de professionele wereld wordt nog gewoon op Super 8 gedraaid. Robby Müller filmde er delen van Paris Texas op. Ook Wim van der Aar mag er graag op werken, net als Vincent van de Wijngaard. 'Het is een kleine, compacte camera. Geen invasie, zoals met 16 mm. En typisch hand held. Door zijn hanteerbaarheid leent hij zich voor een intieme beeldvoering. Je kan heel dichtbij komen, zonder dat dit als hinderlijk wordt ervaren. De manier waarop je ermee kan rondlopen, de camerabewegingen die je kan maken. Dat heeft een verfijning die je met 16 mm niet bereikt.' Wim van der Aar is al net zo enthousiast. 'Vergeet niet dat de filmkwaliteit enorm vooruit is gegaan. De emulsies zijn zoveel verbeterd dat Super 8 niet onder hoeft te doen voor 16 mm.'

Imperfectie
De revival van Super 8 begon in de jaren '90, toen vooral jongeren er 'Waskracht'-achtige programma's op draaiden. Nu zijn het de grote, gevestigde namen. Jean-Pierre Sens: 'Reclamebureau 180, productiemaatschappij Czar. Voor Super de Boer werd een aantal takes op Super 8 gedraaid. Vanwege de specifieke sfeer die je als het ware bij het filmmateriaal cadeau krijgt en die zich niet laat imiteren, hoe goed je postproductie ook mag zijn. Misschien heeft het ook wel met imperfectie te maken. Digitaal gefilmde opnames zijn zo verschrikkelijk perfect. Het net niet perfecte beeld is toch het allermooist.' Jongeren kennen Super 8 niet uit de praktijk, hebben alleen op HD geschoten en zijn daar misschien even op uitgekeken. Ouderen zijn vaak aangenaam verrast dat Super 8 nog - of alweer - volop te krijgen is, inclusief alle faciliteiten.

Fotograaf en regisseur Erik Hijweege gaat deze zomer naar Papoea, het voormalige Nederlands Nieuw-Guinea. Eerder fotografeerde hij de Bosjesmannen in Afrika, nu wil hij een boek maken over de Papoea's die nog leven als tienduizend jaar geleden. Om die stap terug in de tijd te zetten, ondersteunt hij zijn fotografie met een film op Dubbel 8 en Super 8. Hijweege: 'Het effect zal zijn of de opnames vijftig jaar geleden werden gemaakt. Alsof ik een ontdekkingsreiziger ben.' Er zit een zekere 'datering' in het beeld, die je onbewust met authenticiteit associeert. Super 8 wordt haast automatisch verbonden met onbevangenheid, aan beide kanten van de camera. Voor professionals kan dat de belangrijkste beweegreden zijn om voor dit materiaal te kiezen. Een soort 'terug naar de moederschoot'. SuperSens heeft ruim tweehonderd serieuze filmmakers in het klantenbestand, allemaal de Super 8-film toegewijd. Sens: 'Kunstenaars en onafhankelijke filmmakers. Geen amateurs.'

Uitgebreid testen
Hoewel filmmateriaal dus nog steeds gemaakt wordt, zijn de meeste Super 8-camera's zo'n dertig jaar oud. Als die regelmatig gebruikt worden, is er niets aan de hand. Jean-Pierre Sens: 'Soms zijn de lamellen door het lange liggen vast gaan zitten. Olie kan traag worden, het mechanisme stroef. Dingen die in het gebruik weer goed kunnen komen.' Sens raadt daarom aan de camera eerst uitgebreid te testen. Daarnaast regelt hij dat de films die mee gaan allemaal hetzelfde productienummer hebben. 'Test de camera, en test de film. Schiet een film vol, laat die ontwikkelen en bekijk het resultaat. Als die ene film goed is, zijn de andere dat ook.' Mocht het ondanks al deze voorzorgen toch misgaan - de film wordt gedraaid met de lensdop er op, of door een foute kadrering wordt iedereen in beeld onthoofd - dan is er nog geen man overboord. Wim van der Aar zal zich met genoegen over de schrijnendste gevallen ontfermen. Om die aan zijn omvangrijke privé-collectie toe te voegen. En om die op een avond van "Super M8" aan een zaal vol uitzinnige medeliefhebbers te vertonen.

Dubbel 8
Om het medium betaalbaar voor de amateur te maken, bracht Kodak in 1932 de filmbreedte van 35 mm terug naar Dubbel 8, een formaat gebaseerd op 16 mm. Als de amateurfilmer één zijde van de film had volgeschoten, moest hij deze omdraaien om op de andere kant verder te gaan. Het gebeurde dat men de tel kwijtraakte en niet meer wist op welke helft gefilmd werd, met dubbele belichtingen of maar half volgeschoten film als resultaat. Daarnaast was Dubbel 8 een rolfilm die bij het inspoelen in de camera aan licht werd blootgesteld. De eerste meter was dus onbruikbaar. Als de film halverwege gekeerd moest worden, ging wederom een meter verloren. En als de film in de volle zon moest worden ingespoeld of omgedraaid raakte er zelfs nog meer materiaal voortijdig belicht. Dat duurde tot 1965, toen Kodak met Super 8 kwam, in een cassette. Niet inspoelen, maar simpel inklikken. Een kind kon de was doen. Het werd zelfs mogelijk om tussentijds van film te wisselen en te schakelen tussen kleur en zwart-wit. Super 8 maakte van filmen een massamedium. Prompt werd de markt overspoeld met goedkope plastic camera's. Vaak even eenvoudig als inferieur.

0 Comments:

Een reactie plaatsen

Links to this post:

Een link maken

<< Home