zondag, juli 09, 2006

Melvin Sokolsky

Melvin Sokolsky

Melvin Sokolsky (1939) was twintig jaar oud toen hij zijn opwachting maakte bij Henry Wolf, de befaamde artdirector van Harper’s Bazaar. Hij had net een modefoto voor een klein reclamebureau geschoten en was benieuwd of zijn werk goed genoeg was voor dat toonaangevende modeblad.

De periode van 1955 tot 1970 wordt algemeen gezien als de bloeitijd van de Amerikaanse tijdschriftcultuur. De honger naar informatie was groot en gedreven bladenmakers waren de inspirerende en drijvende opdrachtgevers van getalenteerde fotografen als Irving Penn, Richard Avedon, Hiro en Martin Munkacsi. Onder de begenadigde artdirection van Alexey Brodovitch werd Harper’s Bazaar hét modeblad van Amerika, en elke fotograaf droomde ervan voor dat blad te mogen werken. Deels door zijn overmatig drankgebruik, deels door de behoefte aan nieuw management, werd Brodovitch augustus 1958 ontslagen, een jaar later gevolgd door de legendarische hoofdredacteur, Carmel Snow. Brodovitch was 25 jaar verantwoordelijk geweest voor de voortdurend vernieuwende, innovatieve vormgeving van Harper’s Bazaar, waarbij hij zich altijd wars van middelmatigheid had betoond. Toch kwam hij zonder een cent pensioen op straat te staan.

September 1958 werd Brodovitch opgevolgd door Henry Wolf, toen 33 jaar oud. Wolf had er vooral in het begin grote moeite mee om in de voetsporen van de onnavolgbaar creatieve Brodovitch te treden.

Brodovitch’ invloed was enorm. Niet alleen als bladenmaker, maar ook als docent aan het door hem opgerichte Design Laboratory. Eerst in Philadelphia, later, na zijn aanstelling bij Harper’s Bazaar, in New York, als onderdeel van de New School of Social Research. Die opleiding bleek een lanceerbasis voor talent in fotografie en design: Irving Penn, Lillian Bassman, David Attie, Leon Levinstein, Richard Avedon, Art Kane, en ook Henry Wolf, behoorden tot de studenten. Veel van hen kwamen bij Harper’s Bazaar terecht.

Om de herinnering aan zijn illustere voorganger zo veel mogelijk uit te bannen, omringde Wolf zich met nieuw talent: mensen van zijn eigen bloedgroep. Wel bleef hij trouw aan Richard Avedon en Lillian Bassman, hun reputatie was te groot – en hun werk té gezichtsbepalend - om die twee coryfeeën aan de kant te kunnen (of te durven) zetten.
Precies in dat proces stond Melvin Sokolsky op de stoep. Sokolsky was autodidact en daardoor een van de weinige fotografen die niet op enigerlei wijze door Alexey Brodovitch beïnvloed was. Enkele dagen nadat hij zijn portfolio gepresenteerd had, vroeg Wolf hem om ideeën voor een foto voor de cover. Die cover kreeg hij niet, maar wel vier pagina’s binnenwerk. Daarna bood Wolf hem een droombaan aan: staffotograaf bij Harper’s Bazaar.
Voor Melvin Sokolsky brak een ongekend creatief decennium aan. Maandelijks verraste hij de lezers met opvallende modereportages en de ideeën erachter buitelden zo snel over elkaar heen dat Sokolsky later zou erkennen dat hij roofbouw op zichzelf gepleegd had. Ondertussen ontwikkelde hij al snel een reputatie vanwege zijn originele kijk op de wereld, waar een fascinatie voor het surrealisme een rol in speelde. Een fascinatie die hij trouwens deelde met Henry Wolf.

Het bekendste werk van Melvin Sokolsky is ongetwijfeld de serie ‘Bubbles’, die hij maakte rond de Parijse lentemode, voorjaar 1963.
In een telkens terugkerende droom zag Sokolsky zich in een zeepbel boven een exotisch landschap zweven, als in het schilderij ‘De Tuin der Lusten’ van Jeroen Bosch. Dat bracht hem op het idee om een fotomodel in een plexiglazen bol te stoppen. Toen hem in 1963 gevraagd werd de nieuwe Parijse modecollectie te fotograferen, stelde hij de plastic ‘bubble’ voor. Die werd in tien dagen tijds gemaakt uit plexiglas en vliegtuigaluminium. Aan de bovenkant zat een oog, om de bol aan een telescopische kraan te bevestigen. Hoogwerker, kabel en oog zouden in de nabewerking worden weggeretoucheerd. Na een geslaagde proefopname vertrok Sokolsky naar Parijs, samen zijn broer Stanley en met directiesecretaresse Ali MacGraw, die als producers zouden optreden. Als het fotomodel (toenmalig supermodel Simone d’Aillencourt) was ingestapt, werd de bol in positie gebracht en gefotografeerd. Een, zeker voor die tijd, kostbare en omvangrijke fotoproductie, waarvoor de fotograaf over veel zelfvertrouwen en overtuigingskracht beschikt moet hebben. Die prestatie is nog groter als we bedenken dat Melvin Sokolsky toen pas 24 jaar oud was.

Sokolsky’s productie bleef voortdurend op hetzelfde hoge niveau, maar op den duur kreeg hij toch het gevoel zichzelf te herhalen. De ruimte die hij altijd gekregen had, begon hem nu te benauwen. Toen hij verschillende keren door de reclamewereld benaderd was met de vraag of hij zijn ideeën kon laten bewegen, werd na tien jaar Harper’s Bazaar de overstap naar het vak van commercialregisseur gemaakt en verhuisde Sokolsky van New York naar Los Angeles, waar hij nog steeds actief is. Nu ook digitaal.

Van al zijn output, kregen Sokolsky’s redactionele modereportages de meeste publiekelijke erkenning. Dat geeft een vertekend beeld, want tachtig procent van zijn werk was in opdracht van de reclamewereld, waar het echter zonder naamsvermelding wordt gepubliceerd. Sokolsky is ongetwijfeld een van de meest succesvolle reclamefotografen van de jaren 60. De eerste keer dat zijn werk werd opgenomen in de Annual of Advertising and Editorial Art & Design, was in 1958. Er zouden nog 25 Clio Awards volgen en zo ongeveer elke prijs die er in de filmindustrie te winnen is. Een aantal van zijn commercials zitten in de permanente collectie van het Museum of Modern Art in New York.

©Pim Milo, 2005

0 Comments:

Een reactie plaatsen

Links to this post:

Een link maken

<< Home