zondag, juli 16, 2006

Daido Moriyama


Daido Moriyama

De Tweede Wereldoorlog, de jaren erna onder Amerikaanse bezetting in een land dat naarstig op zoek was naar een eigen identiteit en het enorme tempo waarmee het van oudsher gesloten, traditionele Japanse volk de 21ste eeuw in werd gekatapulteerd, het moet voor Daido Moriyama (1938) een onthechtende periode zijn geweest. De Amerikaanse aanwezigheid zal hem voor het leven beïnvloeden. In 1960 ziet hij “New York”, het boek van William Klein. Net als Klein heeft Moriyama eerst voor grafisch vormgever gestudeerd, voor hij de overstap naar fotografie maakt. En net als Klein zal hij fotoboeken als het meest effectieve medium beschouwen om zijn beelden onder de aandacht te brengen. Over een periode van veertig jaar publiceert Moriyama een veertigtal boeken, in 1999 zelfs vijf achter elkaar.

Moriyama’s tweede boek – “Shashin yo Sayonara” (1972), dat afwisselend als “Bye Bye Photography Dear” en “Farewell Photography” vertaald wordt – is een van de meest extreme fotoboeken die ooit werden uitgegeven. Moriyama morrelt aan de vorm van de fotografische sequentie en aan de fotografie zelf en duwt die over de grenzen van leesbaarheid. Alle normen en waarden op het gebied van fotografische technieken worden opzij geschoven. De foto’s lijken gedrukt van afgekeurde negatieven, opgevist uit de prullenbak in de donkere kamer. Ze lijken afkomstig van de beginopnames van een nieuw fotorolletje, als er zonder te kijken op willekeurige objecten wordt ingesteld om de film naar het eerste beeld te transporteren. Of van de eindopnames, wanneer er nog net ruimte voor een half beeld over is. Moriyama’s fotografisch vocabulaire is er een van onscherpte, van beweging, van krassen, vals licht, vlekken en stof. “Shashin yo Sayonara” is een mijlpaal in de geschiedenis van het fotoboek. Moriyama reikt voorbij de grenzen van de fotografie en schept daarmee een van de meest radicale expressievormen die ook dertig jaar later nog staat als een huis. Moriyama’s derde boek, “Karyudo” (Hunter) draagt hij op aan Jack Kerouac en de beeldtaal wedijvert met de associatieve, razendsnelle schrijfstijl van Kerouacs bijbel van de beatnikgeneratie, “On The Road”. Reizend door Japan fotografeert Moriyama uit rijdende auto’s en treinen, de sluiter bedienend alsof het de trekker van een wapen is en de camera ladend met Tri-X films alsof het patronen zijn. De werkelijkheid is zijn prooi. Hij geeft zichzelf geen tijd om te denken en vertrouwt op zijn instincten en reflexen. De beelden hebben hoge contrasten en zijn grofkorrelig, het onderwerp is de gruizige, zwarte ziel van een in toenemende mate veramerikaniserend naoorlogs Japan.

De Zweedse fotograaf Anders Petersen (“Café Lehmitz”) is een bewonderaar van Moriyama. “Hij is afschuwelijk en daar hou ik van. Hij heeft een obsessie. Hij is opgefokt. Hij is wanhopig. Ik ben ook altijd op zoek naar dat gevoel. Het is de wanhoop waardoor je in beweging blijft. Daar gaat het om als je fotografeert. Je moet zo dicht op het moment en je emoties zitten dat het pijn doet. Dan ben je op je sterkst. En op een bepaalde manier moet je gevaarlijk zijn. Je moet ergens doorheen breken. Daido Moriyama, die is gevaarlijk.”

Na “Shashin yo Sayonara” en “Karyudo” heeft Moriyama een kleine twee jaar geen camera meer aangeraakt, een enkele, zeldzame opdracht daargelaten. Hij werd gekweld door een ondragelijk gevoel van onbehagen, een onbeschrijfelijk besef van machteloosheid. Hij is zijn geloof in schoonheid, in de mensheid kwijt.

Samen met Nobuyoshi Araki wandelde Moriyama in augustus 2004 door Shinjuku, een drukke stadswijk van Tokio, op de grens van het zakencentrum en de rosse buurt. Deze smeltkroes van culturen en activiteiten is een van de favoriete locaties voor Moriyama. Met meer dan twee miljoen treinreizigers per dag is het station van Shinjuku het drukste van Japan. “Ik moet agressief zijn om foto’s te maken in Shinjuku,” zegt Moriyama die per dag moeiteloos twintig rolletjes kleinbeeld door zijn Ricoh GR1s jaagt. Het resultaat van de wandeling was een dubbeltentoonstelling, “Moriyama-Shinjuku-Araki”. En of Moriyama voor een stijlaanpassing koos die als een commentaar op het werk van Araki kan worden uitgelegd, of dat het de leeftijd is, in vergelijking met “Shashin yo Sayonara” is het nieuwe werk van Moriyama toegankelijker dan voorheen. Hij concentreert zich niet meer uitsluitend op de kille, diepduistere krochten van het menselijk bestaan. Er zit meer detaillering in zijn foto’s en de ergste ruwheid is eraf. Die nieuwe helderheid zou op een meer afgewogen visie kunnen duiden van een rijpere kunstenaar. Maar Moriyama’s oog is nog altijd even opmerkzaam.

©Pim Milo, 2006

0 Comments:

Een reactie plaatsen

Links to this post:

Een link maken

<< Home